1. De toekomstige structuur van het Koninkrijk
Het Koninkrijk der Nederlanden bevindt zich in een proces van staatkundige herstructurering. De uitkomst daarvan begint thans vastere vorm te krijgen. De herstructurering betreft de Nederlandse Antillen, waaronder vallen de eilanden Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Aruba behoudt de status van land, die het al heeft sinds 1986. Hoewel velen binnen het Koninkrijk hopen dat de nieuwe structuur begin 2010 zal ingaan, staat niet vast dat die datum kan worden gehaald.
Aan de basis van deze hervormingen liggen referenda over de staatkundige toekomst die in de jaren 2000 tot en met 2005 op ieder van de eilanden van de Nederlandse Antillen zijn gehouden. De uitslag daarvan was eenduidig: de eilanden willen geen deel meer uitmaken van het huidige land, de Nederlandse Antillen, zonder ook maar iets af te doen aan de Koninkrijksband.
In de huidige situatie bestaat het Koninkrijk der Nederlanden uit drie gelijkwaardige landen: de Nederlandse Antillen, Aruba en Nederland. De Caribische delen van het Koninkrijk, de Nederlandse Antillen en Aruba, zijn dan ook geen overzeese gebiedsdelen (of ‘overseas dependencies’) van het land Nederland, maar zijn naast Nederland volwaardige autonome partners binnen het Koninkrijk. De drie landen beschikken over een hoge mate van interne autonomie. Buitenlandse zaken en defensie zijn Koninkrijksaangelegenheden. De regering van het Koninkrijk bestaat uit de Rijksministerraad, die vergadert in Den Haag en waarin ieder van de Caribische landen van het Koninkrijk is vertegenwoordigd door een gevolmachtigde minister. De landsregering van de Nederlandse Antillen zetelt in Willemstad, Curaçao; die van Aruba zetelt in Oranjestad.
De toekomstige structuur zal inhouden dat de twee grootste eilanden van de huidige Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten, ieder de status van land krijgen. Het gaat daarbij om een status vergelijkbaar met degene die de Nederlandse Antillen en ook Aruba onder de huidige situatie binnen het Koninkrijk hebben. Het land Nederlandse Antillen zal bij het ingaan van de toekomstige structuur worden opgeheven. Het Koninkrijk zal dan bestaan uit vier – in plaats van drie – landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze nieuwe structuur wordt uitgewerkt in een onderhandelingsproces waarbij alle delen van het Koninkrijk zijn betrokken.
Met de drie kleinere eilanden, Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is overeengekomen dat deze een rechtstreekse band met Nederland krijgen. Zij krijgen een status die in de praktijk in grote lijnen zal gaan lijken op die van Nederlandse gemeenten, met aanpassingen op grond van hun ligging in het Caribisch gebied.
De staatkundige vernieuwing zal geen wijziging brengen in de behartiging van de buitenlandse belangen. Dat houdt onder andere in dat:
· geen wijziging komt in de buitengrenzen van het Koninkrijk;
· buitenlandse betrekkingen, evenals defensie, een Koninkrijksaangelegenheid blijven;
· er slechts één minister van Buitenlandse Zaken is voor het gehele Koninkrijk, die terzake de eindverantwoordelijkheid draagt;
· het ministerie van Buitenlandse Zaken te Den Haag en de posten blijven werken voor het gehele Koninkrijk en al zijn onderdelen;
· verdragen alleen kunnen worden gesloten door het Koninkrijk en niet door zijn afzonderlijke delen (al kan hun gelding wel worden beperkt tot een of meer Koninkrijksdelen; minder formeel uitgedrukt: zij kunnen wel worden gesloten vóór een of meer afzonderlijke Koninkrijksdelen).
2. Rondetafelconferentie
Op 15 december 2008 hielden de drie huidige landen van het Koninkrijk en de vijf eilanden van de Nederlandse Antillen op Curaçao een Rondetafelconferentie (RTC). Doel was de stand op te nemen van het staatkundig vernieuwingsproces en de koers uit te zetten voor de rest van het traject. De RTC stond onder voorzitterschap van minister-president Balkenende (niet als minister-president van het land Nederland, maar in zijn Koninkrijksrol – voorzitter van de Rijksministerraad). De Rondetafelconferentie bereikte een akkoord, dat onder meer afspraken bevat over politie en rechtshandhaving. Ook wordt gezorgd voor een gezonde startpositie van de eilanden, door goed begrotingsbeleid, financieel beheer en toezicht. In ruil voor Koninkrijkstoezicht op rechtshandhaving en overheidsfinanciën, saneert het land Nederland, bij wijze van hulp van de ene Koninkrijkspartner aan de andere, 70 procent van de Antilliaanse staatsschuld. De overblijvende, aan de nieuwe entiteiten over te dragen, overheidsschuld komt daardoor op een financieel aanvaardbaar peil.
In de RTC zijn de ontwerpstaatsregeling en andere ontwerpwetten van de beoogde landen Curaçao en Sint Maarten getoetst. Dit gebeurde aan de hand van criteria voor goed bestuur, rechtshandhaving en gezonde overheidsfinanciën, die reeds in 2005 waren overeengekomen. De ontwerpwetten moeten nog door de volksvertegenwoordigingen in het gewone wetgevingsproces worden behandeld. Bovendien zal op Curaçao de uitkomst van de RTC nog in het voorjaar van 2009 aan een referendum worden onderworpen.
Met de voltooiing van de Rondetafelconferentie in december 2008 is het proces in een nieuwe fase gekomen. Voor die tijd ging het om het uitwerken van de structuur en het ontwerpen van de nodige wetten en regels (voorbereidingsfase).
Thans gaat het erom deze ontwerpwetten en -regels aanvaard en ingevoerd te krijgen, de nodige instellingen in het leven te roepen en praktische voorzieningen te treffen (uitvoeringsfase).
In 2009 wordt gewerkt aan de daadwerkelijke invulling van de akkoorden en moeten verdere afspraken over de nieuwe staatkundige structuur worden gemaakt. Op basis daarvan wordt duidelijk wanneer de nieuwe staatkundige structuur zal ingaan. Hoewel alle betrokkenen hard werken aan een vlotte voortgang van het proces, en velen hopen dat de nieuwe structuur begin 2010 kan ingaan, is het toch de vraag of die datum kan worden gehaald.
Met de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt voortvarend doorgegaan op de weg naar incorporatie in het Nederlands staatsbestel. De belangrijkste wetgeving voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba was in december 2008 in ontwerp gereed. In januari 2009 wordt op deze drie eilanden gestart met een eerste pakket aan concrete maatregelen op het gebied van onderwijs, veiligheid, volksgezondheid en infrastructuur, dat leidt tot een verbetering van het voorzieningenniveau.
3. Bijzonderheden over onderdelen van de nieuwe structuur
3.1 Financieel toezicht
Enige tijd geleden is in de Nederlandse Antillen een College Financieel Toezicht ingesteld, dat onder eindverantwoordelijkheid van de Rijksministerraad het toezicht uitoefent op de openbare financiën van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit college gaat dat op korte termijn ook doen voor het land Nederlandse Antillen en de eilanden Curaçao en Sint Maarten. Overeengekomen is dat een soortgelijke toezichtconstructie zal worden gehandhaafd in de toekomstige staatkundige situatie. Uitgangspunten voor dat toezicht zijn begrotingsevenwicht en een limiet voor het aangaan van schulden.
3.2 Gemeenschappelijk Gerechtshof
Het bestaande Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba gaat over in een Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de Caribische delen van Nederland (te weten: Bonaire, Sint Eustatius en Saba).
3.3 Openbare Orde en veiligheid
De handhaving van de openbare orde en veiligheid, alsmede de hulpverlening, op Curaçao en Sint Maarten gaat vallen onder het gezag van de ministers van Justitie van de nieuwe landen. Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba zullen de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Nederlandse minister van Justitie hiervoor verantwoordelijk zijn.
3.4 Openbaar Ministerie
Opsporings- en vervolgingsbevoegdheden vallen onder het gezag van de procureur-generaal. Er komt één overkoepelende procureur-generaal voor alle thans tot de Nederlandse Antillen behorende Koninkrijksdelen in het Caribisch Gebied: de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten en de drie eilanden die in de toekomst tot het land Nederland gaan behoren (Bonaire, Sint Eustatius en Saba). De afzonderlijke landen krijgen een eigen advocaat-generaal, die het openbaar ministerie van het land aanstuurt, onder verantwoordelijkheid van de landsregering. Voor alle duidelijkheid: zoals ook geldt voor de overige onderwerpen, blijft in Aruba de huidige situatie gehandhaafd. Dit land behoudt zijn eigen procureur-generaal.
3.5 Politie
De nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten krijgen ieder een eigen politiekorps. De eilanden Bonaire, Sint Eustatius enSaba krijgen samen één gemeenschappelijk politiekorps. Tussen deze in totaal drie korpsen zal worden samengewerkt. Er komt een gemeenschappelijke samenwerkingsvoorziening ter bestrijding van georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit en voor operationele ondersteuning. Politiemensen worden op alle eilanden bevoegd en inzetbaar.